Elke baby drinkt op zijn eigen manier. Waar de ene baby rustig de tijd neemt, lijkt de ander de fles in één keer leeg te willen drinken. Beide zijn normaal, maar het is wel belangrijk dat het tempo goed aansluit bij wat je baby aankan.
Als het drinktempo niet goed past, kun je dat vaak herkennen aan kleine signalen. Denk aan verslikken, onrustig drinken, veel lucht happen of juist gefrustreerd raken omdat het drinken te langzaam gaat. Dit zijn tekenen dat je baby en de speen nog niet helemaal op elkaar afgestemd zijn.
Een eerste stap is het kiezen van de juiste speenflow. De doorstroomsnelheid bepaalt hoeveel voeding je baby per slok binnenkrijgt. Drinkt je baby erg snel of lijkt hij zich te verslikken? Dan kan een langzamere speen helpen. Duurt een voeding juist lang en lijkt je baby hard te moeten werken? Dan kan een snellere speen beter passen.
Ook de manier van voeden speelt een grote rol. Door je baby wat rechterop te voeden, krijgt je kindje meer controle over het drinken. In plaats van dat de melk vanzelf blijft doorstromen, kan je baby zelf het tempo bepalen.
Veel ouders vinden ook baat bij ‘paced feeding’. Hierbij geef je je baby kleine slokjes met korte pauzes tussendoor, een beetje zoals bij borstvoeding. Zo krijgt je baby de kans om te ademen, te slikken en aan te geven wanneer het genoeg is.
Vergeet daarnaast niet om regelmatig een boertje te laten. Dit helpt om lucht kwijt te raken en maakt het drinken vaak comfortabeler.
Wanneer het tempo goed aansluit, zie je dat je baby rustiger drinkt, minder lucht binnenkrijgt en meer ontspannen is tijdens en na de voeding. Dat maakt het voedingsmoment fijner voor jullie allebei.
Twijfel je welke speen of aanpak het beste past bij jouw baby? We denken graag met je mee.





















