Het gebruik van een fopspeen of fles hoort voor veel baby’s en peuters bij hun dagelijkse ritme. Tegelijk wil je natuurlijk ook goed zorgen voor de mondgezondheid van je kindje. Gelukkig gaan deze twee prima samen, zolang je een paar basisprincipes aanhoudt.
Vanaf het moment dat de eerste tandjes doorkomen, is het belangrijk om te starten met poetsen. Dit doe je idealiter twee keer per dag met een zachte tandenborstel en een kleine hoeveelheid peutertandpasta. Ook als je kindje een fopspeen gebruikt, blijft deze routine belangrijk. Zo voorkom je dat bacteriën zich ophopen en de tandjes aantasten.
Fopspenen en flesspenen zelf verdienen ook aandacht. Zorg dat je ze goed schoonhoudt en regelmatig controleert op slijtage, zoals scheurtjes of verkleuring. Versleten spenen kunnen niet alleen minder hygiënisch zijn, maar ook invloed hebben op hoe je kindje zuigt en drinkt.
Daarnaast is het goed om bewust om te gaan met het gebruik van de fles, vooral rondom slaapmomenten. In slaap vallen met een fles (anders dan water) kan ervoor zorgen dat suikers langer in contact blijven met de tandjes, wat het risico op gaatjes vergroot. Probeer daarom vaste drinkmomenten aan te houden en het poetsen onderdeel te maken van de routine daarna.
Door mondverzorging te koppelen aan vaste momenten op de dag – zoals na het ontbijt en voor het slapen – wordt het voorspelbaar voor je kindje. Dat helpt om er een gewoonte van te maken, zonder strijd.
Het draait niet om perfectie, maar om consistentie. Met kleine, dagelijkse stappen zorg je voor een gezonde basis waar je kindje later profijt van heeft.

